Sponzen

De meeste schapenrassen hebben een seizoensgebonden vruchtbaarheid. Dat wil zeggen, dat ze niet het hele jaar door cyclisch zijn.

Het sponzen van schapen wordt geregeld toegepast om al vroeg in het jaar lammeren te hebben. Schapenhouders die met de dieren naar keuringen gaan kunnen op die manier grotere dieren tonen.
Commerciële schapenhouders kiezen soms voor sponzen om de afzet wat meer over het jaar te spreiden, of omdat de lammeren vroeg in het jaar meer opbrengen.
Voor sommigen is sponzen aantrekkelijk om de dieren in een korte periode te laten aflammeren.
Ook fokkers die schapen kunstmatig laten insemineren maken gebruik van sponsjes.


Bij het sponzen van schapen wordt letterlijk een sponsje in de vagina van het schaap gebracht. Dat sponsje geeft het hormoon progesteron af. Progesteron zorgt ervoor, dat de hormonen die normaal gesproken een eisprong veroorzaken, hun werk niet kunnen doen. In de periode dat de spons in het schaap zit, wordt het dier dus niet driftig.

Verwijdert men de spons na 12, 13 of 14 dagen, dan valt de remming door progesteron weg en zal het schaap driftig worden. De eerste dekking vindt meestal 48 uur na het verwijderen van de spons plaats, de tweede dekking op zo'n 60 uur.

Wanneer men schapen sponst buiten het seizoen, is het noodzakelijk de dieren bij het verwijderen van de spons een hormooninjectie te geven.

Voor meer informatie kunt u altijd contact met ons opnemen.