Spoelworm (Parascaris)

Spoelwormeieren kunnen heel lang in de omgeving overleven. Jonge paarden, vooral veulens, zijn beduidend gevoeliger voor infectie. Ze kunnen de infectie niet alleen in het weiland opdoen, maar ook op stal. Een opgenomen spoelwormlarfje maakt een trektocht door het paardenlichaam. Vanuit de darm verplaatst het zich naar de lever en van daaruit naar de longen. In de longen kunnen zij dusdanige ontstekingsreacties veroorzaken, dat er een longontsteking ontstaat. Uiteindelijk worden de larfjes vanuit de luchtwegen opgehoest en doorgeslikt. Zo komen ze opnieuw in de darm terecht, waar ze uitgroeien tot volwassen, eiproducerende wormen.
Veel spoelwormen zijn ongevoelig voor ivermectine en reageren daardoor niet op de meest gebruikte wormspuiten.
Veulens en jaarlingen met een spoelworminfectie zitten vaak slecht in de vacht en/ of hebben een dikke buik. Om infecties te voorkomen is het belangrijk mest te verwijderen en de box schoon te houden.
Spoelwormeitjes kunnen vanaf een leeftijd van 4 maanden in de mest worden aangetroffen. Infecties kunnen behandeld worden met pyrantel.