Nieuwe paardenziekten

In Nederland moeten we rekening houden met een aantal paardenziekten die hier nu niet voorkomen, maar die wel degelijk geïntroduceerd kunnen worden.
De blauwtong-epidemie die in 2006 vanuit het niets voor veel problemen bij koeien en schapen heeft gezorgd, laat zien dat het klimaat in Nederland geschikt is voor deze 'tropische' ziekten.
Drie belangrijke ziekten die de Nederlandse paardenpopulatie kunnen treffen zijn:

  • Afrikaanse Paardenpest
  • West-Nijl Virus
  • Equine infectieuze anemie





De eerste hiervan is de Afrikaanse Paardenpest (APP, of wel African Horse Sickness Virus). Deze virusziekte komt nu alleen voor in Afrika ten zuiden van de Sahara, maar kan in Nederland waarschijnlijk door dezelfde knutten worden verspreid als het Blauwtong-virus.

Een paard wordt met Afrikaanse Paardenpest geïnfecteerd door een beet van een besmette knut, een klein mugje. Paarden kunnen elkaar niet rechtstreeks besmetten, het gaat altijd via tussenkomst van een knut.

Na besmetting krijgt het paard enkele dagen later verschijnselen van APP. Er zijn drie verschillende verschijningsvormen:

  • de longvorm
  • de hartvorm
  • de gemengde vorm

Bij de longvorm worden de longen aangetast, het paard krijgt hoge koorts en wordt heel benauwd (geforceerde ademhaling, voorbenen wijd uiteen, hoofd en hals gestrekt en ver opengesperde neusgaten). Het paard behoudt wel zijn eetlust.
De hartvorm gaat gepaard met iets mildere koorts en ontstaan van oedeem (zucht) van het hoofd en de hals. Hierdoor gaat het kuiltje boven het oog opbollen en gaan de oogleden uitpuilen. Er zijn geen oedemen op buik en benen.
Bij de gemengde vorm treden symptomen van zowel de hart- als de long-vorm tegelijkertijd op.

Een infectie met Afrikaanse Paardenpest is in de meeste gevallen dodelijk. Er is geen therapie direct tegen het virus, alleen ondersteunende maatregelen zijn mogelijk.

Vaccinatie is in Nederland niet mogelijk en bovendien verboden. De ziekte is aangifteplichtig en er is een landelijk bestrijdingsprogramma.
  





Het West-Nijl Virus (WNV) komt in grote delen van de wereld voor, waaronder in enkele plaatsen in Zuid- en Oost-Europa. In Nederland is het nog niet aangetoond. Tussen 1999 en 2004 was er een grote epidemie in de Verenigde Staten.

Het West-Nijl Virus wordt door muggen overgebracht en zowel paarden als de mens zelf kunnen hersenvliesontsteking krijgen door een beet van een besmette mug.
Paarden kunnen elkaar niet besmetten; infectie verloopt alleen via een mug.

Bij een infectie van het WNV bij paarden worden, naast een milde koorts (38,6-39,4 ºC), met name zenuwverschijnselen gezien. Deze verschijnselen kunnen zeer divers zijn: spiertrillingen op het hoofd, ataxie, verlammingen, abnormale bewegingen en 'veranderd gedrag'.
Een infectie kan ook symptoomloos verlopen. 

Voor WNV is geen specifieke therapie. Vaccinatie is wel mogelijk: in Europa is het Fort Dodge WNV-vaccin toegelaten. Bij goed gevaccineerde paarden zijn geen klinische uitbraken meer waargenomen.





Equine infectieuze anemie (EIA, ofwel Moeraskoorts) is een virusziekte die door muggen wordt overgedragen. De ziekte komt wereldwijd voor, hoewel niet vaak in West-Europa.

Equine infectieuze anemie is een virus-ziekte die sterk lijkt op het menselijke HIV-virus dat Aids veroorzaakt. Besmetting vindt plaats door bloedzuigende insecten. Een geïnfecteerd paard blijft levenslang besmet.  

De verschijnselen zijn in drie vormen in te delen:

  • de acute vorm
  • de chronische vorm
  • de symptoomloze drager

De acute vorm van een EIA-infectie treedt zo´n 5 tot 30 dagen na het moment van infectie op: plotselinge koorts, sloomheid en gebrek aan eetlust.
Sommige paarden worden hierna symptoomloos drager, maar de meeste zullen steeds weer episodes van ziekte met koorts en sloomheid doormaken.
Deze episodes duren 3 tot 5 dagen. De periode tussen de episodes kunnen enkele weken tot enkele maanden zijn.
Uiteindelijk kan na enige tijd de chronische-vorm ontstaan: vermageren, oedeem onder de buik en aan de benen, bleke slijmvliezen, geelzucht en puntbloedingen.

Er is voor Equine infectieuze anemie geen specifieke therapie en er is geen vaccin beschikbaar.
De ziekte is aangifteplichtig maar er is (nog) geen bestrijdingsprogramma.
Paarden die besmet zijn, blijven de rest van hun leven besmettelijk voor anderen en zullen dus in quarantaine moeten verblijven of worden ingeslapen.

Bron: TvD 134 (10): 439-447