Huidaandoeningen

Staart en maneneczeem
Staart en maneneczeem is een allergische reactie op de beet (het speeksel) van een bepaald soort mugje (Cullicoides). Deze mugjes zuigen bloed bij het paard. Ze doen dat bij voorkeur op plaatsen waar de haren loodrecht op het paard staan en de huid relatief zacht is. Dat is met name het geval op de manenkam en rond de staartbasis. Het paard ontwikkelt heftige jeuk en gaat schuren. Daardoor beschadigt de huid en krijgen bacteriën de kans een ontstekingsreactie te bewerkstelligen.

Het ene paard is beduidend gevoeliger voor staart en maneneczeem dan het andere. De aandoening wordt meer bij Arabieren en IJslanders waargenomen dan bij andere rassen.
De muggen voelen zich prettig in de buurt van water. Verder houden ze van warmte en zoeken ze graag de luwte. Om klachten te voorkomen kan men trachten dit soort streken te mijden met 'gevoelige' paarden.
Voor de rest moet men beseffen, dat de overgevoeligheid voor het speeksel van het mugje nooit verdwijnt.
Indien een paard last heeft van staart en maneneczeem kan het behandeld worden met ontstekingsremmende middelen of insecticiden. 

 

Schimmel
Paarden met schimmelinfecties hebben meestal ronde, kale, schilferige plekken. Deze jeuken vrijwel nooit. Meestal begint zo'n plek met wat opstaande haren.

Schimmelinfecties zijn besmettelijk, ze kunnen van paard op paard worden overgedragen, maar ook via borstels, zadeldekjes etcetera. Paarden met een schimmelinfectie kan men wassen met imaverol. Deze édient meerdere malen herhaald te worden, steeds met 3 à 4 dagen tussentijd. Verder dient men materialen waarmee het paard in contact geweest is te behandelen met hetzelfde middel. De omgeving kan gereinigd worden met Halamid.
Schimmels kunnen van paard op mens overgaan en andersom, men spreekt in dat geval van een zoönose.



(natte) Mok
Mok is één van de meest voorkomende eczeem soorten bij paarden. De aandoening wordt meestal gezien in de kootholte, maar kan zich ook naar boven toe uitbreiden (kogel en pijp). Het verloop van de haren en huidplooien in de kootholte dragen ertoe bij, dat er gemakkelijk vuil vast blijft zitten, hetgeen tot irritatie leidt.
Mok ontstaat eerder in een vochtige omgeving (drassige weilanden, vieze stal). Veelvuldig afspuiten van de benen, zeker als er ook nog flink op geborsteld wordt, draagt ook bij aan het ontstaan van mok, evenals het kort scheren van de haren in de kootholte.

Naast deze factoren  bestaat er een individuele gevoeligheid (het ene paard is vatbaarder dan het andere) en komt mok vaker voor op witte benen. Bij paarden met veel behang is een infectie met schurftmijten vaak de achterliggende oorzaak.

Mok begint meestal met wat vochtige blaasjes en bobbeltjes. Wanneer het langer aan de gang is, raakt de huid vaak verdikt en ontstaan kloven en korsten
, soms in combinatie met een dikke ondervoet. In ernstige gevallen slaat de infectie naar binnen en ontstaat een bloedvergiftiging.

Behandeling
Vaak zit men oneindig lang te knoeien met een mokinfectie, terwijl het daardoor soms alleen maar ernstiger wordt. Een veel gemaakte fout is het voortdurend verwijderen van korsten en het schoonmaken van de aangetaste plekken. Daardoor ontstaan talloze kleine wondjes, waar de volgende dag ook weer korsten opkomen.
Welk middel men ook gebruikt, genezing is onmogelijk als er telkens opnieuw wondjes gecrëeerd worden.

In ernstige gevallen kan men é
én keer wassen met lauw water en een ontsmettende zeep (bijvoorbeeld betadine shampoo).  Daarna moet niet meer met water worden gewerkt. Er moet uitsluitend nog zalf of spray worden aangebracht. Wordt de plek alsnog vuil, dan moet dat voorzichtig verwijderd worden. Vaak kan een ondersteunende injectie(s) door de dierenarts het genezingsproces versnellen.

Voor meer informatie over de juiste medicatie kunt u contact met ons opnemen.

In ernstige gevallen, waarbij het been dik is en het paard kreupel, is een behandeling door de dierenarts zeker noodzakelijk.