Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid is een aandoening die 'klinisch' gekenmerkt wordt door pijn in de ondervoeten. De hoeven zijn warm en het paard probeert ze te ontlasten (door ze naar voren te plaatsen).

De meest voorkomende oorzaken van hoefbevangenheid zijn:

  1. Acute bevangenheid, gerelateerd aan een bloedvergiftiging.
  2. Acute bevangenheid door overbelasting.
  3. Bevangenheid gerelateerd aan overgewicht/ insulineresistentie.

De hoef van het paard is door zogenaamde 'lamellen' verbonden met het hoefbeen.
Een ontstekingsreactie in deze regio, zoals we die zien bij hoefbevangenheid, is extreem pijnlijk, doordat de zwelling die optreedt niet kan uitwijken binnen de starre hoef.

Een acuut hoefbevangen paard is een SPOEDGEVAL!

De behandeling van acuut hoefbevangen paarden bestaat uit pijnstilling, ontstekingsremming en het toedienen van bloedverdunners. Per geval moet bekeken worden welke therapie noodzakelijk is, deze is bovendien afhankelijk van de achterliggende oorzaak (die moet uiteraard ook bestreden worden).

Bevangenheid door een bloedvergiftiging zien we o.a. bij paarden die na het veulenen een baarmoederontsteking ontwikkelen. Sommige paarden ontwikkelen een meer of minder ernstige vorm van bevangenheid na het bekappen.
Het meest zien we echter hoefbevangenheid die gerelateerd is aan voedingsproblematiek.
Planten (gras) zetten koolstofdioxide met behulp van lichtenergie om in glucose. Dat proces heet fotosynthese. Glucose levert de plant energie om te groeien. In periodes dat een plant niet groeit, bijvoorbeeld omdat het te koud is, wordt glucose omgezet in zetmeel en opgeslagen in de plant.
Zetmeel kan in de dunne darm van het paard verteerd worden tot glucose. Wanneer te grote hoeveelheden zetmeel worden aangeboden bereikt zetmeel de blinde- en dikke darm van het paard. Daar stimuleert zetmeel de groei van melkzuur-producerende bacteriën, met een pH verlaging tot gevolg. De doorlaatbaarheid van de darm neemt toe, waardoor gifstoffen gemakkelijk worden opgenomen uit de darm. De gifstoffen komen in de bloedbaan en veroorzaken hoefbevangenheid.
Energierijk gras, of granen die veel koolhydraten bevatten vormen dus een aanzienlijk risico op het ontstaan van hoefbevangenheid. Overgewicht en insulineresistentie zijn factoren die het ontstaan van hoefbevangenheid in de hand kunnen werken.

Wanneer een acuut hoefbevangen paard niet vlot en adequaat wordt behandeld kan het dier chronisch bevangen raken. Het hoefbeen kan binnen de hoef kantelen en uiteindelijk in de hoef 'zinken'. Zulke paarden worden klinisch gekenmerkt door een afwijkende vorm van de hoef. Bij chronisch hoefbevangen paarden kan het maken van een röntgenfoto uitsluitsel geven over de stand van het hoefbeen binnen de hoef. Afhankelijk van de uitkomst kan een therapie (aangepast beslag) worden bedacht, die het leven van het paard zo aangenaam mogelijk maakt.