Fertiliteit

Diergeneeskundig centrum 'De Greidhoeke' heeft jarenlange ervaring op het gebied van vruchtbaarheid bij paarden.
Begeleiding van merries kan aan huis plaatsvinden, tevens beschikken wij op de praktijk over een opvoelbox. In het seizoen kunt u tussen 8.00 en 9.00 uur 's morgens bij ons terecht om uw merrie te laten scannen. Er worden geen kosten gerekend voor het consult, uitsluitend voor het scannen/ opvoelen.
Het is ook mogelijk uw merrie bij ons te stallen. Met name wanneer geïnsemineerd wordt met diepvriessperma is dit aan te raden. De merrie wordt dan meerdere malen per dag gescand om zo het optimale tijdstip van inseminatie te bepalen.

Merries die ons worden aangeboden voor vruchtbaarheidsbegeleiding worden opgevoeld en gescand. Op basis van meerdere factoren wordt het optimale tijdstip van inseminatie bepaald. Een merrie heeft 's zomers om de ongeveer 3 weken een eisprong. Voorafgaand aan en soms ook nog na de eisprong vertoont een merrie 'hengstig' gedrag. Op de praktijk is een schouwhengst aanwezig. Door merries te schouwen kan snel bekeken worden of ze hengstig zijn.


Wanneer de eisprong nadert, verslapt de baarmoeder. De follikel met daarin de eicel wordt groter en zachter. Met behulp van echografie kan de grootte van de follikel exact worden bepaald. Ook kan in de baarmoeder een soort karrewiel-structuur worden waargenomen, deze ontstaat doordat plooien in de baarmoeder opzwellen. Op basis van veranderingen in bovenstaande zaken wordt het optimale tijdstip van inseminatie vastgesteld.
Met de scanner kunnen ook afwijkingen worden vastgesteld. Daarbij moet men bijvoorbeeld denken aan ontstekingvocht in de baarmoeder, of het ovuleren van twee follikels (kans op tweelingdracht).

Wanneer het paard geïnsemineerd is, dient 48 uur later bekeken te worden, of 'het ei' daadwerkelijk gesprongen is. Indien dat niet het geval is, zal het paard opnieuw geïnsemineerd moeten worden. Normaal gesproken vindt rond dag 18 een drachtcontrole plaats. Wanneer we het vermoeden hebben dat de merrie drachtig is van een tweeling, is het verstandig eerder een echo te laten maken. Om een tweelingdracht te voorkomen, kan in een vroeg stadium één van beide vruchtblazen worden weggeknepen. Dit klinkt misschien onvriendelijk, maar voorkomt uiteindelijk een heleboel ellende.
Als het paard drachtig is gescand, wordt geadviseerd om op zes weken na inseminatie opnieuw een echo te laten maken.
Mocht het paard na de eerste cyclus niet drachtig zijn, dan wordt het dier in de volgende cyclus opnieuw geïnsemineerd.


Probleemmerries


Er kunnen allerlei redenen zijn waarom een paard niet drachtig wil worden. Een van de meest voorkomende is een baarmoederontsteking. Soms is deze zichtbaar m.b.v. echografie; doordat er vocht in de baarmoeder staat. Het kan echter ook zijn, dat de ontsteking zo gering is, dat er met de echo niets of nauwelijks iets zichtbaar van is.
Door een slijmmonster uit de baarmoeder te nemen kunnen we informatie krijgen over het al dan niet bestaan van een infectie in de baarmoeder. Zo'n monster sturen we naar het laboratorium. Daar kan men vaststellen of er een infectie speelt en zo ja, of deze veroorzaakt wordt door een bacterie, een schimmel of een gist. Bovendien kan men de gevoeligheid voor antibiotica van een eventuele bacterievaststellen. Naar aanleiding daarvan kunnen wij dan een behandeling instellen.

Meestal is het voldoende dit soort merries in de baarmoeder te behandelen (bijvoorbeeld met een antibioticum), evt. gecombineerd met injecties die de baarmoeder laten krimpen.
Soms is het nodig zo'n merrie dicht te zetten. Dat kan door middel van een kleine chirurgische ingreep.

Merries waarvan blijkt, dat ze de dracht in een vroeg stadium afbreken, kunnen ondersteund worden met hormoonpreparaten.

Sommige merries hebben cysten in de baarmoeder die innesteling van het embryo tegenwerken, deze merries sturen wij, indien mogelijk, door naar een kliniek om ze te laten verwijderen.