Diergeneesmiddelen registratie in het paardenpaspoort

Sommige diergeneesmiddelen die bij uw paard gebruikt kunnen worden, moeten worden vermeld in het paspoort.
Volgens de wet is een paard nog steeds een slachtdier. Daarom moet bij het gebruik van diergeneesmiddelen rekening worden gehouden met de wachttijd voor slacht en kan dus niet elk diergeneesmiddel zo maar worden gebruikt.

Er zijn 4 mogelijkheden:

  • Middelen geregistreerd voor paarden, hierbij staat in de bijsluiter dat ze mogen worden toegepast bij paarden:
    • Bijvoorbeeld Ventipulmin of Metacam/Novacam.
    • Wachttijden zoals aangegeven door fabrikant.
    • Hoeven niet in paspoort.

  • Middelen geregistreerd voor andere voedselproducerende dieren:
    • Bijvoorbeeld sommige antibiotica die wij gebruiken of Dectomax.
    • Maximale wachttijd zoals aangegeven voor andere diersoorten, met een minimum van 28 dagen.
    • Geldt ook voor buiten Nederland maar binnen EU geregistreerde middelen waarvoor een MRL (maximum residu limit) is bepaald.
    • Hoeven niet in paspoort.

  • Middelen van de zogenaamde zes-maanden-lijst. Dat is een lijst die geldt binnen de hele EU:
    • Bijvoorbeeld Sedalin pasta, Tranquigel en verschillende narcosemiddelen (bij castratie!).
    • Wachttijd van 6 maanden.
    • Verplicht melden in paspoort, indien paard niet is uitgesloten voor humane consumptie.

  • Middelen die niet voor voedselproducerende dieren zijn geregistreerd en niet op de positieve lijst staan en andere middelen die niet in bovenstaande categorieën vallen:
    • Bijvoorbeeld Equipalazone en Pergolide.
    • Mogen alleen worden toegediend als in het paspoort wordt gezet dat het paard nooit voor humane consumptie bestemd is.


De recente nieuwsberichten over paardenvlees hebben de controles op de correcte medicijnregistratie in het paardenpaspoort weer onder de aandacht gebracht.
Wij vragen u daarom om bij elk consult of visite het paspoort mee te nemen zodat wij het eventueel in kunnen zien.

Voor meer informatie en het hele verhaal, klik hier voor het KNHS-artikel van Marianne Sloet.